België

1357066579_Belgium

Juridische gids

Surrealistisch België
Welke rechtsvormen zijn er voor investeringen?
Hoe kan ik een agent aanstellen?
Distributieovereenkomsten
Commerciële samenwerkingsovereenkomsten
Hoe werkt een incassoprocedure?
Bestaat er een kort geding? Hoe kan ik het best een directeur aanstellen?
Wat kost het om een werknemer te ontslaan?

Surrealistisch België

België en Nederland zijn buurlanden en als zodanig belangrijke handelspartners van elkaar. Het zijn echter vreemde buren. Afgezien van het gebruik van het Nederlands in Vlaanderen, lijkt het er op dat beide landen iedere dag steeds minder met elkaar gemeen hebben.

België (11 mio. inwoners) kent 6 parlementen met bijbehorende regeringen, ministers en ambtenaren. Er zijn 4 taalgebieden: het Nederlandse, Franse, 2-talige Brussel en Duitse taalgebied.

België is een labyrint of een microkosmos, dat zich op een kruispunt bevindt van de Germaanse en de Latijnse cultuur, waar verschillende talen gesproken worden en waar per regio vaak verschillende regels gelden.

Het land is aan zijn 6e staatshervorming toe, waarbij weer de nodige herschikkingen van bevoegdheden tussen de federale staat België, de Gemeenschappen en de Gewesten zullen plaatsvinden.

De Belgische samenleving is nog steeds sterk verzuild en versnipperd. Transparantie is ver te zoeken.

Het sociale overleg tussen vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers vindt eerder plaats volgens het confrontatiemodel dan volgens een “poldermodel”, waardoor absoluut noodzakelijke aanpassingen aan gewijzigde economische omstandigheden niet of zeer moeizaam tot stand komen.

Zowel het privaatrecht als de rechterlijke organisatie zijn op Franse leest geschoeid, zijn sterk verouderd en niet of nauwelijks aangepast aan de behoeften van de huidige tijd.

Dat de Belgische samenleving relatief goed functioneert heeft veel te maken met de creatieve en praktische houding van de Belg. Zoals ex-premier Dehaene (bijgenaamd “ de loodgieter”) zei: “wij lossen de problemen op als ze zich stellen” of zoals Bart De Wever (burgemeester Antwerpen) onlangs: “Nederlanders praten zolang er geen problemen zijn. Belgen beginnen te praten als er problemen ontstaan”.

Het bovenstaande mag duidelijk maken, dat zakendoen in België voor iedereen, doch zeker voor de Nederlander, een grote uitdaging zal zijn. Waar de Nederlander eerder in een open en “vlakke” cultuur opereert, waar rechtsreeks met elkaar gecommuniceerd wordt, wordt de Belgische samenleving gekenmerkt door een weinig open, indirecte en hiërarchische cultuur.

Wil de Nederlander zaken doen in dit surrealistische land, dan zal hij zich terdege dienen voor te bereiden en zich goed moeten laten begeleiden door deskundigen, vooral ook door Nederlandse ondernemers die het klappen van de zweep kennen en al hebben bewezen, dat een Nederlander ook in een surrealistisch land succesvol kan zijn.

Welke rechtsvormen zijn er voor investeringen?

De meest gebruikte rechtsvormen in België zijn de naamloze vennootschap (NV) en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BVBA). Deze rechtsvormen zijn vergelijkbaar met de NV en BV naar Nederlands recht, maar met belangrijke verschillen. Zo is voor de oprichting van een NV steeds de toestemming van twee personen (natuurlijke of rechtspersonen) vereist. De eenhoofdig opgerichte vennootschap is nietig.
De BVBA kan wel door één enkele persoon worden opgericht, mits dit een natuurlijke persoon is (de zgn. EBVBA). Deze natuurlijke persoon kan echter maar één EBVBA oprichten, indien hij/zij persoonlijke aansprakelijkheid wil voorkomen. Indien hij/zij meer dan één EBVBA opricht of later van meer dan één BVBA of EBVBA enig aandeelhouder wordt, is hij/zij hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van deze BVBA’s of EBVBA’s.
Indien de aandelen van een NV in handen komen van één aandeelhouder, heeft dit niet automatisch tot gevolg dat daarmee de NV van rechtswege ontbonden wordt. De NV heeft een jaar om ervoor te zorgen dat er meer dan één aandeelhouder komt, de vennootschap wordt ontbonden of omgezet in een BVBA. Indien één van deze maatregelen niet genomen wordt, is de enige aandeelhouder hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de NV.
Voor overdracht van aandelen is geen notariële tussenkomst vereist, waardoor bijzondere voorzichtigheid geboden is. Aanbevolen wordt in ieder geval aan de hand van het originele aandeelhoudersregister na te gaan wie als aandeelhouders geregistreerd zijn en welke rechten (bijv. pandrechten) er eventueel op de aandelen rusten. Geadviseerd wordt een eigendomsoverdracht van de aandelen in het aandeelhoudersregister aan te tekenen vergezeld van de handtekeningen van verkoper(s) en koper(s).

Hoe kan ik een agent aanstellen?

Een agent (natuurlijk of rechtspersoon) is zelfstandig en bemiddelt bij de totstandkoming van overeenkomsten tussen zijn/haar principaal en derden. Indien hij/zij daartoe volmacht heeft, kan hij/zij deze overeenkomsten ook afsluiten, doch steeds in naam en voor rekening van zijn/haar principaal. België heeft de Europese Agentuurrichtlijn (653/86 van 18 december 1986) ingevoerd door de Wet van 13 april 1995 betreffende de Handelsagentuurovereenkomst. Hoewel de Europese richtlijn het agentuurrecht binnen de EU sterk harmoniseert, zijn er toch nog min of meer grote verschillen tussen de nationale agentuurwetgevingen. Bovendien is de agentuurwetgeving grotendeels van dwingend recht, zodat contractuele afwijking van de wettelijke bepalingen vaak niet mogelijk is.
Indien een agentuurovereenkomst met een natuurlijke persoon als agent wordt gesloten, wordt deze, behoudens tegenbewijs, op grond van art. 4 van de Belgische Wet op de Arbeidsovereenkomst van 3 juli 1978, als een arbeidsovereenkomst (in casu met een handelsvertegenwoordiger) beschouwd. Dit kan o.a. worden voorkomen door een agentuurovereenkomst af te sluiten met een door de agent op te richten vennootschap (bijv. BVBA). Let erop dat ook de handelsvertegenwoordiger/werknemer, in tegenstelling tot het Nederlandse recht, bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst in beginsel aanspraak kan maken op een goodwillvergoeding. In het geval van een concurrentiebeding kan hij/zij daar in ieder geval aanspraak op maken. Een agentuurovereenkomst hoeft niet noodzakelijk schriftelijk te worden gesloten, behalve indien deze voor een bepaalde tijd wordt gesloten of indien deze een concurrentiebeding of een delcrederebeding bevat.

Distributieovereenkomsten

Er is een duidelijk onderscheid tussen de agent, die steeds op naam en voor rekening van zijn/haar principaal handelt en de distributeur (‘alleenverkoper” of “concessiehouder”), die op eigen naam en voor eigen rekening handelt. België is een van de weinige landen in de wereld, die een specifieke distributiewet kent (de “Wet van 27 juli1961 betreffende de eenzijdige beëindiging van de voor onbepaalde tijd verleende concessies van alleenverkoop”). Deze wet is van toepassing is op de eenzijdige beëindiging van alleenverkoopovereenkomsten voor onbepaalde tijd en daaraan gelijkgestelde overeenkomsten. De titel van de Wet van 1961 is misleidend, aangezien deze ook bepalingen bevat, die van toepassing zijn op overeenkomsten van bepaalde tijd. De Belgische distributiewet, die van dwingend recht is, geeft de exclusieve of quasi-exclusieve distributeur recht op een redelijke opzegtermijn in het geval van beëindiging, of in plaats daarvan recht op een vervangende schadevergoeding. Bovendien heeft de opgezegde distributeur onder bepaalde voorwaarden recht op een bijkomende vergoeding (goodwillvergoeding) en/of een aanvullende schadevergoeding. De Belgische rechter dient deze wet, die van dwingend recht is, altijd toe te passen op een distributierelatie met uitwerking in België, zelfs indien partijen gekozen hebben voor een ander recht, bijv. Nederlands recht. Een arbitrageclausule in een distributieovereenkomst met uitwerking in België kan door de Belgische rechter ongeldig worden verklaard, indien deze zou leiden tot toepassing van buitenlands recht.

Commerciële samenwerkingsovereenkomsten

Tenslotte is voor commerciële samenwerkingsovereenkomsten (bijv. franchising) de “Wet van 19 december 2005 betreffende de praecontractuele infomatie bij commerciële samenwerkingsovereenkomsten van belang”. Deze wet kan ook van toepassing zijn op distributieovereenkomstenn. Indien de bepalingen van deze wet niet worden gerespecteerd, kan de partij die het recht verkreeg (bijv. recht een bepaald merk te voeren) binnen twee jaar na het sluiten van de overeenkomst de nietigheid daarvan inroepen.

Hoe werkt een incassoprocedure?

Ingebrekestelling per aangetekende brief

Bij gebreke van betaling of betalingsregeling:
Dagvaarding voor rechtbank van koophandel, indien gedaagde handelaar is. Anders voor de rechtbank van eerste aanleg. Indien de vordering niet wordt betwist, wordt de rechtbank gevraagd de zaak op de inleidende zitting te behandelen (art. 735 Ger.Wb.). Vonnis wordt in beginsel binnen 4 weken uitgesproken, waarna betekening en zo nodig tenuitvoerlegging. Competentiegrens rechtbank: ongeveer € 2000 (vgl. Nederland € 25.000). Forfaitaire proceskostenvergoeding (‘rechtsplegingsvergoeding’), die relatief laag is. Buitengerechtelijke incassokosten worden niet vergoed. Aan te bevelen: opnemen van forfaitair ‘boetebeding’ (bijv: 15% hoofdsom) als oplossing voor ‘toewijzing’ buitengerechtelijke kosten en contractuele rente (bijv. 10 tot 15%). Geen incasso kort geding. Geen griffierechten verschuldigd. Wel zijn kosten betekening dagvaarding hoger dan in Nederland (ongeveer € 250).

Naar Belgisch recht is de bewijskracht van een ‘niet geprotesteerde’ factuur groot: behoudens tegenbewijs wordt de inhoud van de niet betwiste factuur door de rechter als bewijs aanvaard. Dus indien u het niet eens bent met een factuur, dient u –zeker als handelaar- onmiddellijk en in ieder geval binnen een korte termijn een aangetekende brief aan uw leverancier of dienstverlener te zenden, waarin u uitdrukkelijk bezwaar tegen de betrokken factuur maakt. Doet u dat niet dan levert de factuur in beginsel bewijs op van de verschuldigdheid van de betrokken factuur.

Bestaat er een kort geding?

België kent het kort geding (‘kortgeding’). In tegenstelling tot de Nederlandse kort geding rechter is de Belgische rechter zeer terughoudend een vordering in ‘kortgeding’ ontvankelijk te verklaren. Hij is al snel van mening dat de eisende partij geen of onvoldoende spoedeisend belang heeft. De Belgische rechter interpreteert de voorwaarde, dat in kort geding alleen voorlopige maatregelen genomen kunnen worden – hetgeen overigens in Nederland ook het geval is -, d.w.z. maatregelen, die geen afbreuk mogen doen aan de positie ten gronde van partijen, nogal letterlijk. Hij is dan van mening dat hij de positie van partijen op een onomkeerbare wijze zou regelen, indien hij de zaak in “kortgeding” zou beslissen.
In het Belgische “kortgeding” worden een of meer schriftelijke conclusies tussen partijen gewisseld, waarna een mondelinge behandeling volgt. Daardoor kan een ‘kortgeding’, afgezien van de mogelijkheid van hoger beroep en cassatie, geruime tijd in beslag kan nemen.
Naast het kort geding kan ook een eenzijdig verzoek tot het treffen van voorlopige maatregelen worden ingediend. De wederpartij wordt dan in beginsel niet gehoord en kan alleen in verzet tegen een door de voorzitter van de betrokken rechtbank op eenzijdig verzoek genomen beschikking opkomen.
Tenslotte kent België ook een procedure ‘als in kortgeding’ voor de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel, ook wel ‘stakingsvordering’ genoemd. Het is eigenlijk geen kort geding, maar een bodemprocedure, die alleen bij schending van bepaalde rechten (bijv. bepaalde intellectuele eigendomsrechten, oneerlijke handelspraktijken e.d.) ingesteld kan worden. Vorderingen in verband met contractuele aansprakelijkheid kunnen geen voorwerp zijn van een procedure “als in kortgeding”.

Hoe kan ik het best een directeur aanstellen?

In de eerste plaats dient gekeken te worden, welke regeling de statuten van de betrokken vennootschap over de benoeming van bestuurders (“zaakvoerders” in het geval van een BVBA) bepalen. Het benoemingsbesluit dient te worden neergelegd op de Griffie van de rechtbank van koophandel, waar de maatschappelijke zetel van de vennootschap is gevestigd. Ook dient publicatie in het Belgisch Staatsblad plaats te vinden.
Afhankelijk van de sector waarin de vennootschap haar activiteiten heeft, dient de directeur er rekening mee te houden, dat hij/zij aan bepaalde eisen dient te voldoen op het gebied van vakkennis of handelskennis.
Voor het geval er naast het verlenen van het mandaat van directeur een arbeidsovereenkomst met de directeur wordt gesloten, dient men erop te letten, dat de juiste taal wordt gebruikt (Nederlands, Frans of Duits), afhankelijk van de vestigingsplaats van de werkgever. Onjuiste keuze van de taal leidt tot relatieve nietigheid van de arbeidsovereenkomst:alleen de werknemer kan in dat geval desgewenst de nietigheid van de arbeidsovereenkomst inroepen. Dit kan bijvoorbeeld van belang zijn indien een non-concurrentie-of relatiebeding in de arbeidsovereenkomst is opgenomen.
Overigens dient een concurrentiebeding zo concreet mogelijk te worden vastgelegd, anders is het niet afdwingbaar. Indien de werkgever een beroep wil doen op het concurrentiebeding, zal hij een in de wet bepaalde vergoeding aan de werknemer verschuldigd zijn. Indien de werkgever geen beroep wil doen op het concurrentiebeding, in welk geval hij de in de wet voorziene vergoeding (het loon gedurende de helft van de duur van het concurrentiebeding) niet aan de werknemer hoeft te betalen, dient hij dit binnen 15 dagen na de datum van het einde van de arbeidsovereenkomst schriftelijk aan de werknemer te laten weten.
Bij het opstellen van de arbeidsovereenkomst dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van eventueel toepasselijke CAO’s, die in zgn. “paritaire comités” worden afgesloten
Een onderneming zal een directeur op ieder moment kunnen ontslaan, zelfs zonder opgave van redenen.

Wat kost het om een werknemer te ontslaan?

Geen preventieve ontslagbescherming:
In tegenstelling tot het Nederlands arbeidsrecht kent het Belgisch arbeidsrecht geen preventief ontslagrecht. Het staat zowel de werkgever als de werknemer vrij de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Dat is alleen anders in het geval van de zgn. ‘beschermde’ werknemers, die gekozen zijn als werknemersvertegenwoordigers of lid zijn van en vakbond. Zij genieten in beginsel een ontslagbescherming.
Opzegging al dan niet met behoud van prestaties:
De werkgever kan de arbeidsovereenkomst beëindigen middels een formele opzeggingsbrief, met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn, al dan niet met behoud van prestaties. De opzegging dient plaats te vinden per aangetekende brief, die uitwerking heeft op de derde dag na de datum van verzending( let wel: een zaterdag geldt hier als een werkdag). Opzegging dient plaats te vinden tegen het einde van een kalendermaand. De opzeggingstermijn wordt in bepaalde omstandigheden geschorst, bijv. in geval van ziekte.
Verbreking:.
De werkgever kan de arbeidsovereenkomst ook met onmiddellijke ingang “verbreken”, d.w.z. met onmiddellijke ingang beëindigen zonder inachtneming van de wettelijke opzegtermijn. In dit geval is de werkgever aan de werknemer een verbrekingsvergoeding verschuldigd.
Tot voor kort maakte het Belgisch arbeidsrecht een onderscheid tussen arbeiders en bedienden met elk een eigen statuut. De rechter (“Grondwettelijk Hof”) besliste in haar arrest van 8 juli 2013, dat dit onderscheid een verboden discriminatie inhoudt en dat het uiterlijk op 8 juli 2013 opgeheven diende te zijn.
Sinds 1 januari 2014 is het wettelijke onderscheid tussen arbeiders en bedienden opgeheven en worden de wettelijke opzegtermijnen voor arbeiders en bedienden, in een aantal gevallen geleidelijk, rechtgetrokken. Een proeftijd kan niet meer worden overeengekomen.

Wettelijke opzegtermijnen:
De wettelijke opzegtermijn bedraagt sinds 1 januari 2014 voor alle werknemers:
Eerste kwartaal: 2 weken;
Tweede kwartaal: 4 weken;
Derde kwartaal: 6 weken;
Vierde kwartaal: 7 weken;
Vijfde kwartaal: 8 weken;
Zesde kwartaal: 9 weken;
Zevende kwartaal: 10 weken;
Achtste kwartaal: 11 weken;
Jaar 2-3: 12 weken;
Jaar 3-4: 13 weken;
Jaar 4-5: 15 weken;
Van het vijfde tot het negentiende jaar: drie werken per jaar;
Na 20 jaar anciënniteit wordt de opbouw vertraagd;
De verworven rechten van werknemers, die vóór 1 januari 2014 al in dienst waren, blijven behouden en worden per 1 januari 2014 vastgeklikt, waarna opbouw volgens de nieuwe regeling verdergaat.
Ontslag op staande voet:
In het geval van een ontslag op staande voet dient de werkgever de dringende reden binnen drie dagen, nadat hij daarvan kennis heeft of had kunnen hebben, aan de werknemer mee te delen.