Beutekunst

Een Oost-Duits museum heeft Hollandsche Meesters hangen. Al vele decennia. Geen vuiltje aan de lucht, lijkt het. Na de Wende in 1989-1990 haalt de geschiedenis de schilderijen in en raak ik er als advocaat bij betrokken. De West-Duitse erven van een kunsthandelaar, zoals in het actuele geval van Gurlitt, verlangen teruggave van de schilderijen. De weduwe van de kunsthandelaar was in 1952 uit de DDR gevlucht, de schilderijen waren onteigend en als Volkseigentum aan het museum toebedeeld. In 1995, dus 5 jaar na de Wiedervereinigung, beslist het plaatselijke Amt zur Regelung offener Vermögensfragen dat de schilderijen aan de erven teruggegeven moeten worden. Het museum tekent bezwaar aan en de schilderijen blijven voorlopig nog in het museum hangen. Maar eigenlijk heeft het museum geen poot om op te staan. Eigenaar was men immers nooit geworden. Men had hoogstens een gebruiksrecht toegewezen gekregen van de DDR. Maar de DDR was intussen in rook opgegaan. Door nog verder het verleden van de schilderijen te vervolgen stuit het museum op iets dat de eigendomsrechten van de handelaar kan ondergraven. De Duitse kunsthandelaar heeft voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog in opdracht van Göring op grote schaal kunst afgetroggeld van Joodse kunsthandelaren, zoals de Nederlandse Goudstikker. De Hollandsche Meesters blijken inderdaad tijdens de oorlog in Nederland van Joodse kunsthandelaars gekocht te zijn.

Het museum vraagt en vindt bij de Nederlandse Staat ondersteuning. Nederland blijkt in 1946 de schilderijen al terugverlangd te hebben. De volkenrechtelijke vordering, die al die jaren niet verder vervolgd is, kan alleen tegen de Bondsrepubliek geldend gemaakt worden, niet tegen de erven of het museum. Wel kan Nederland als gevoegde partij in de procedure het museum helpen de eigendomstitel van de Nazi-handelaar aan te vechten.

Als ad hoc landsadvocaat in den vreemde moet ik alles uit de kast halen om aan te tonen dat de eigendomstitel van de Nederlands Joodse handelaren nooit verloren gegaan kan zijn. Alleen al voor die vraag moet het Nederlandse vooroorlogse recht, het Nederlandse recht zoals dat onder de Duitse bezetting gold, het Nederlandse recht dat krachtens de regering in Londense ballingschap gold (in het bijzonder het KB A6 van 7 juli 1940, dat in artikel 10 elke rechtshandeling met de vijand nietig verklaarde), het naoorlogse Nederlandse recht, het Reichsrecht tot 1945, het huidige Bundesrecht en het DDR recht in stelling gebracht worden.

Dan was er nog het plaatselijke, het administratieve Landes- en het Bundesrecht, materieel en procedureel. Verder bilaterale verdragen en het volkenrecht. De “Inter-Allied Declaration” van 1943, die net als het KB A6 van de Nederlandse regering in Londense ballingschap elke rechtshandeling aangegaan met de vijand nietig verklaart, wordt tot op de dag van vandaag in Duitsland niet erkend. Wel daarentegen de Washington Conference Principles van 1998 waarin 20 landen zich verplicht hebben voor teruggave van buitgemaakte kunstobjecten een “just and fair solution” oplossing te vinden.

Kunst heeft in een oorlog grotere overlevingskansen, dan de bezitters ervan. IS ten spijt die, op verwoesting van immobiele kunst na, met handel van intact gelaten kunst en cultureel erfgoed juist geld verdient. Als de vrede in de thans door de IS bezette en geplunderde gebieden weerkeert, zullen ook de claims voor teruggave van kunst en cultureel erfgoed opleven.

Er zijn opvallende parallellen met de restitutie van grondbezit, die na de Wende ten koste van de Oost-Duitsers op grote schaal doorgevoerd is. Grond blijft als onroerende zaak altijd, een kunstwerk als roerende zaak meestal bewaard, dwars door de chaos heen. De juridische complexiteit kwadrateert zich echter bij een kunstwerk, dat je kunt optillen en over landsgrenzen vervoeren. Wie heeft aanspraak op een kunstwerk, dat dwars door een oorlog heen, inclusief de voor- en naweeën ervan, vele malen van hand gewisseld is en waarbij een ieder dacht rechtmatig eigenaar geworden te zijn, naar recht dat nu niet meer of slechts ten dele erkend wordt. Een hopeloze kluwen, waarvoor geen redelijke oplossing bestaat die volledig recht kan doen aan wiens belang dan ook. Een geval voor het interessantste rechtsgebied dat ik na zeerecht ontdekt heb: Art Law.

Het Wetboek van Kunstrecht bestaat niet. Je kunt je zelfs afvragen of Art Law überhaupt bestaat. Het is een lappendeken van klassieke rechtsgebieden als volkenrecht, oorlogsrecht, privaatrecht, zowel obligatoir als zakenrecht, strafrecht, publiek recht, nationaal, internationaal en bilateraal, met historische breuklijnen en in een wereld die in twee of meer kampen verdeeld is en elkaars wetten niet of nauwelijks erkent.

Maar hoe is het afgelopen met de Hollandsche Meesters? Wel, het Amt zur Regelung offener Vermögensfragen revideerde op grond van de intussen bekend geworden feiten maar al te graag zijn beslissing van 1995 en wees in 1999 de restitutievordering van de erven alsnog af. De Nazi-handelaar had vanwege het Nederlandse recht nooit eigendom verworven. De erven tekenen beroep aan. De beroepsinstantie staat wat verder van het museum af en dreigt de schilderijen toch weer aan de erven toe te bedelen. Tegelijkertijd verandert het “recuperatie-beleid” in Den Haag en ik moet Nederland als gevoegde partij uit de procedure terugtrekken. Het teleurgestelde museum laat zich niet voor een gat vangen en verzoekt de Jewish Claims Commission om steun en krijgt hen zo ver namens de Joodse kunsthandelaren restitutie van de schilderijen te verlangen. Ik sluit het dossier.

Tien jaar later belt een dame met Oost-Duits accent mij op: de restitutieclaim van de Jewish Claims Commission is afgewezen. Nu dreigen de schilderijen alsnog aan de erven van de Nazi-handelaar teruggegeven te moeten worden. U heeft toch destijds Nederland als advocaat vertegenwoordigd? Of ik mijn cliënt niet zou willen vragen de restitutiepogingen weer op te pakken. Mijn tegenvraag: Waarom belt u Den Haag niet zelf? Ze schermt met één of andere wet of verdrag, waardoor zíj daar niet direct van Staat tot Staat contact over mag opnemen. Ik arrangeer een bijeenkomst tussen de opvolger van het Amt zur Regelung offener Vermögensfragen en de verantwoordelijken bij de Nederlandse BZ en OC&W ministeries. Zelf ben ik niet bij de bespreking, maar naar wat ik erover hoor, lijken de lokale autoriteiten er meer op gericht te zijn opnieuw 10 jaar tijd voor het museum te winnen, in plaats van de Hollandsche Meesters terug te laten keren naar moeders pappot.

Nog weer anderhalf jaar later blijkt er ook in Oost-Duitsland een andere wind te zijn gaan waaien. Zonder verdere procedures worden de Meesters feestelijk in Amsterdam teruggegeven, op grond van het volkenrecht en in de geest van de Washington Conference Principles.

Recuperatie en restitutie van roofkunst, Beutekunst is, naast de juridische complexiteit en ondoorzichtigheid, ook speelbal van de internationale verhoudingen en de politieke wind die nationaal en met name ook bilateraal waait. Het zijn aspecten die evenzeer de onvoorspelbaarheid van de uitkomst van een zaak verhogen, als de aantrekkelijkheid erbij betrokken te worden.

Duitsland

Geef commentaar

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *