Bijeenkomst 29 september 2016 – Amsterdam

Verslag DBLA PANEL DISCUSSIE “Grensoverschrijdende Perikelen bij Insolventies”

Door Peter J.M Declercq

DBLA panel 2016

  • DBLA (www.dbla.nl) staat voor “Dutch Business Lawyers Abroad”. Het is een vereniging bestaande uit leden die in Nederland hebben gestudeerd en/of gewerkt en nu in het buitenland de lokale juridische praktijk voeren. Geen van de leden is verbonden aan een kantoor met een vestiging in Nederland. Momenteel zijn de volgende buitenlandse jurisdicties vertegenwoordigd door DBLA: België, Brazilië, Canada, China, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Polen, Rusland, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Zwitserland.
  • In zijn welkomstwoord gaf de DBLA voorzitter Remco van der Kroft (DBLA vertegenwoordiger voor Polen van het kantoor OKW Kancelaria) aan dat een belangrijke toegevoegde waarde van DBLA leden voor zowel Nederlandse clienten als Nederlandse advocaten is het kunnen geven van de juiste zogenaamde “begeleiding op maat”. Wanneer een Nederlandse cliënt en/of advocaat in één van de door DBLA omvatte buitenlandse jurisdicties verzeild geraakt, is een DBLA lid, met zijn/haar Nederlandse achtergrond en kennis van de Nederlandse regels en praktijk beter dan een willekeurige andere lokale advocaat in de desbetreffende buitenlandse jurisdictie in staat om spraakverwarring te voorkomen en belangrijke verschillen aan te geven tussen wat men in Nederland gewend is en verwacht en hoe het in de buitenlandse jurisdictie gaat.
  • De panel discussie werd gestart door Professor Michael Veder met een korte inleiding waarin hij zowel het belang als de reikwijdte van het onderwerp van de paneldiscussie besprak. Professor Veder stipte aan dat Nederland als jurisdictie, met name om fiscale redenen, aantrekkelijk is voor het opzetten van financierings BVs waarmee de internationale “capital markets” kunnen worden aangeboord. Als gevolg hiervan duikt Nederland meer dan eens op in grote internationale insolventies. Vervolgens ging
  • Professor Veder kort in op de Europese aandacht voor het materieel insolventierecht zoals de aanbeveling van 12 maart 2014 door de Europese Commissie aangaande “a new approach to business failure and insolvency” waarin reorganisatie en een “schone lei” wordt bevorderd en het in oktober van dit jaar verwachte voorstel van de Europese Commissie voor een nieuwe richtlijn waarin wellicht meer harmonisatie op andere onderdelen van het insolventierecht zou kunnen worden voorgesteld. Ook de herschikking van de insolventieverordening en het belang van de Hoge Raad uitspraak uit 2013 in de Yukos Finance BV zaak voor de ontwikkeling van het Nederlandse (insolventie) recht passeerden kort de revue.
  • Na zijn inleiding, nam Professor Veder plaats aan de tafel met de volgende andere panelleden: Frédéric Verhoeven van Houthoff Buruma, Stefaan Vansteenkiste van Alvarez & Marsal en de DBLA leden voor Duitsland, Murk Muller met zijn eigen kantoor Murk Muller, en Rusland, Lodewijk Schlingemann van Juralink. De paneldiscussie werd voorgezeten door ondergetekende, Peter Declercq van Morrison & Foerster, als DBLA vertegenwoordiger voor het Verenigd Koninkrijk.
  • Als curator van verschillende Nederlandse financieringsmaatschappijen deelde Frédéric Verhoeven zijn ervaringen met grensoverschrijdende perikelen waar hij zoal tegenaan loopt in dergelijke insolventies. Er is vaak een dilemma tussen aan de ene kant een grote balans (omdat er veel geld is op gehaald via obligaties waarvan de opbrengst dan wordt doorgeleend aan andere onderdelen van de groep) en aan de andere kant een bestuur dat weinig weet (omdat de Nederlandse BV slechts een financieringsvehikel is), mondige crediteuren en geen of weinig werknemers. Verder is de Nederlandse curator vaak een late gast en niet altijd een welkome gast. Wordt hij erkend in het buitenland? Welke rechten heeft hij en wat kan hij bereiken zonder erkenning en formele rechten in het buitenland?
  • Stefaan Vansteenkiste heeft als financieel en operationeel adviseur van bedrijven in financiële moeilijkheden of als zogenaamde “Chief Restructuring Officer” (CRO) met name te maken met het voorkomen van insolventies. Hij richt zich in het algemeen op de zogenaamde drie Ls: (i) Leadership (of de afwezigheid daarvan), (ii) Liquidity (er is geld nodig) en (iii) Leverage (wat kan er wel en niet gedaan worden). In Duitsland is zijn ervaring dat de angst van bestuurders voor civiel- en strafrechtelijke aansprakelijkheid voor het te laat starten van een insolventieprocedure vaak problematisch is. Dit is met name het geval in een groep situatie waar er met “cash pooling” wordt gewerkt. Murk Muller gaf hier wat meer achtergrond bij.
  • Gedurende de paneldiscussie werd door Murk Muller verschillende andere aspecten uit Duitsland belicht, zoals de afwezigheid van het fiducia verbod, het risico van restitutie door een Duitse curator van betalingen ontvangen door Nederlandse crediteuren onder een betalingsregeling in de laatste tien jaar en zijn ervaringen met een officieel in Duitsland niet bestaande “prepack sale”.
  • Lodewijk Schlingemann zag zich geplaatst voor de taak om bepaalde vooroordelen over zijn jurisdictie Rusland weg te nemen. Met name in Rusland is het belangrijk om zowel de regels als de praktijk te kennen, en bij beiden is goede begeleiding essentieel. Er zijn regels en die worden toegepast. Echter, pandrechten en eigendomsvoorbehouden worden niet altijd erkend. Verder werden ook kort het zogenaamde “technische faillissement” en het “creatieve faillissment” uitgelegd.
  • De discussie was levendig en er was ook een goede participatie van de zaal. In de context van internationale “best practice rules” werd het voorstel voor een Nederlands buitengerechtelijk akkoord, als alternatief voor het populaire Engelse scheme of arrangement, besproken. Is dit herstructureringsinstrument nodig in de praktijk? Zijn de Nederlandse rechters er klaar voor? Ook de Nederlandse pre-pack en de rol van de stille bewindvoerder/curator kwamen aan de orde en werden vergeleken met hun Engelse equivalent waarop ze zijn geïnspireerd.
  • De eerste herfstdag in Nederland had gezorgd voor chaos op de wegen, waardoor de paneldiscussie wat later dan gepland begon. Na een goed uur discussie werd het officiële gedeelte van de tweede jaarlijkse bijeenkomst van DBLA afgesloten en was het tijd voor de borrel, waar het gesprek werd voortgezet. Het was duidelijk dat over het thema gemakkelijk een aantal dagen kunnen worden volgepraat. Daarom wellicht voor herhaling vatbaar?

dsc_0909

Bijeenkomsten

Geef commentaar

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *